Padelschouder, elleboog of enkel: wat spelers zelf zeggen over herstel

Padel is niet meer weg te denken uit Nederland. Nieuwe banen schieten als paddenstoelen uit de grond en de recreatieve competities zitten overvol. Maar met al dat enthousiasme groeit ook een minder leuk bijeffect: het aantal blessures op en rond de baan. Veel recreatieve spelers lopen veel te lang door met klachten. "Het gaat wel weer over" is de standaardgedachte. Pas als de pijn tijdens het spelen echt niet meer te doen is, wordt er eindelijk een afspraak gemaakt bij de fysio. Dus, wat zeggen spelers eigenlijk zelf over herstel?
In Eindhoven ziet het team van deze fysiopraktijk die trend goed terug. Steeds vaker is padel de reden dat mensen binnenlopen bij de praktijk in Achtse Barrier, met name met schouder- en elleboogklachten die rechtstreeks aan de sport te koppelen zijn. Niet zo gek dat juist deze praktijk, gespecialiseerd in sportfysiotherapie, die groei uit de eerste hand meemaakt. Nu kunnen professionals nog zo vaak van de daken schreeuwen om voorzichtiger te zijn en sporters helpen met hun verwondingen, maar in dit artikel gaan we dieper in op wat spelers zelf te vertellen hebben over herstel en hoe ze hier mee omgaan.
Deze padel blessures zie je steeds vaker
Schouder, elleboog en enkel: dat zijn de drie plekken waar het bij padelspelers meestal misgaat. De schouder krijgt flink wat te verduren bij de bandeja en de smash, twee slagen die je in bijna elke rally wel een paar keer maakt. Bij de elleboog gaat het vaak om een overbelasting die veel lijkt op de bekende tennisarm. Enkelblessures ontstaan meestal door de snelle zijwaartse bewegingen die bij padel horen. Het kunstgras met zandlaag geeft bij een verkeerde draai soms minder grip dan je zou verwachten, en dan gaat het mis. Een fysiotherapeut met ervaring in sportblessures zegt het treffend: "Ik zie regelmatig spelers die twee of drie keer per week spelen zonder enige opbouw, en dan verbaasd zijn dat hun lichaam protesteert." En het zijn zeker niet alleen de wat oudere spelers die met klachten aankloppen.
Ook twintigers en dertigers melden zich met padelblessures, vooral omdat ze er in het begin vol tegenaan gaan. En wat hebben de spelers zelf te zeggen over hun herstel?: "Ach, dat gaat vast wel snel over".
Een speler over zijn eigen hersteltraject
Mark, een 42-jarige padelspeler uit Eindhoven, begon drie jaar geleden met de sport en speelde al snel vier keer per week. Na enkele maanden kreeg hij last van zijn rechterschouder, maar hij speelde door. "Ik dacht eerlijk gezegd dat het bij de sport hoorde," zegt hij. "Pas toen ik mijn arm niet meer boven mijn hoofd kon tillen zonder pijn, ben ik gaan zoeken naar hulp." Via een kennis kwam hij terecht bij een praktijk die ervaring had met sportblessures. Zijn behandeltraject van manuele therapie en gerichte oefeningen duurde enkele weken.
"Wat me het meest opviel was dat er niet alleen naar mijn schouder werd gekeken, maar ook naar mijn houding en slagtechniek," aldus Mark. Inmiddels speelt hij weer drie keer per week, maar met meer aandacht voor warming-up en techniek. Het team van deze fysiopraktijk benadrukt dat vroegtijdig ingrijpen de herstelduur bij dit soort klachten aanzienlijk kan verkorten.
Techniek is je beste wapen tegen blessures
De meeste padelblessures komen voort uit twee dingen: te snel te veel willen en een matige techniek. Veel nieuwe spelers storten zich meteen op de competitie, zonder hun lichaam de tijd te geven om aan de belasting te wennen. Bouw je in de eerste maanden rustig op, dus niet meer dan twee keer per week, dan voorkom je daarmee al een hoop ellende. Gelukkig besteden steeds meer padeltrainers in Nederland tegenwoordig aandacht aan blessurepreventie tijdens de lessen. Een mooie ontwikkeling, al levert de combinatie met fysieke begeleiding het meeste op. Twijfel je over je eigen techniek? Dan is een gesprek met een sportfysiotherapeut, die je bewegingspatroon kan analyseren, al snel de moeite waard.

Wanneer naar een fysiotherapeut stappen
De vuistregel onder sportfysiotherapeuten: houdt een klacht langer dan een week aan en wordt het met rust niet beter, ga het dan laten checken. Een behandelaar die bekend is met padel ziet vaak snel of het om simpele overbelasting gaat of om iets dat meer aandacht vraagt. Afwachten maakt het probleem meestal alleen maar groter. Een fysiotherapeut van de Eindhovense praktijk vat het mooi samen: "Spelers denken vaak dat hulp en informatie zoeken voor en over herstel een teken van zwakte is, terwijl het juist slim is. Hoe eerder je komt, hoe sneller je weer op de baan staat." En dat geldt niet alleen voor de fanatieke competitiespeler, maar net zo goed voor de recreant die twee keer per week gezellig een balletje slaat.
Het team van deze fysiopraktijk ziet de toekomst van padelzorg als een samenspel tussen trainer, speler en behandelaar. Voor de groeiende groep padelfans in en rond Eindhoven is dat precies de aanpak die blessures niet alleen verhelpt, maar ook voorkomt.
Over de auteur






